Portretten, waar ze moeten hangen
De oudste bekende portretten waren dodenmaskers, bedoeld om de overledenen te beschermen tegen kwade geesten. Een vorm van misleiding. “Beste geest, ik ben niet dood en ik ga ook niet dood.”
In de loop van de tijd werden de geesten minder belangrijk en kreeg het niet-dood-gaan voorrang. Portretten kregen eeuwigheidswaarde. Ze werden realistisch geschilderd, wel volgens de mode van de tijdgeest.
Langzaam werd naast het echte ook het tonen van een persoonlijkheid achter het portret van belang. Emoties, expressies, een ziel.
En er ontstonden portretten van mensen die niet bestonden.
De kwade geesten moesten zich inmiddels psychisch laten behandelen.
Deze tentoonstelling keert terug naar de oorspronkelijke bedoeling: de kwade geesten buiten houden. Niets meer en niets minder.