Dit is geen pijp - dit is De Pijp!
Piet Mondriaan en Marlene Dumas, Willem Kloos en Gerard Reve, Eduard Jacobs en Boy Edgar, Berlage en De Bazel… De Pijp dankt zijn reputatie als het Quartier Latin van Amsterdam aan de vele kunstopleidingen die er gevestigd waren, van de Quellinusschool tot de Rijksakademie, maar ook aan de Tachtigers, de eerste avant-gardebeweging van Nederland. Het was zowel een uitgesproken katholieke als een joodse wijk. Hier bloeiden de theosofie en de Nieuwe Kunst, terwijl het socialisme zijn architectonische vertaling vond in de Amsterdamse School.
De Pijp is het resultaat van maar liefst zeven stadsplannen, waarvan er vijf door de gemeenteraad werden afgekeurd. De verplichte ophoging van de grond leidde tot de aanleg van extra straten, waardoor een volkswijk ontstond met prestigieuze bebouwing langs de kades en het Sarphatipark. Vanwege de relatief hoge huren werd veel onderverhuurd, waardoor De Pijp al snel uitgroeide tot een wijk van studenten, dichters en kunstenaars. Daarbij speelde ook de aanwezigheid van verschillende kunstopleidingen een belangrijke rol.
Naast de Quellinusschool, de Rijkskunstnijverheidsschool en de Rijksnormaalschool was vooral de Rijksakademie van groot belang. Deze instelling, opgericht in 1870, was de eerste kunstacademie van Europa die vrouwen toeliet. Velen van hen vestigden zich vervolgens in De Pijp. Aan het Sarphatipark verrees bovendien het eerste speciaal ontworpen gebouw met atelierwoningen van Nederland: Sarphatipark 42. Hier werkten gedurende tientallen jaren kunstenaars van uiteenlopende disciplines, onder wie Piet Mondriaan. Ook in andere woongebouwen ontstonden belangrijke ontmoetingsplaatsen voor kunstenaars, zoals de Jan Steenzolder, waar het luminisme en de Bergense School mede vorm kregen.
De wijk werd voltooid als onderdeel van Berlages Plan Zuid, deels gerealiseerd door socialistische woningcorporaties. Daardoor vonden ook tal van intellectuelen en schrijvers hier een thuis, onder wie Meijer Sluijser, Gerard van het Reve, Jan en Annie Romein en Sal Santen. Het complex De Dageraad geldt nog altijd als een van de belangrijkste monumenten van de Amsterdamse School.
Ook in de 21e eeuw blijft De Pijp een geliefde wijk voor kunstenaars, van Marlene Dumas, Leo Vroegindeweij en Jan Sierhuis tot Hugo Kaagman en Fabrice.
Cultuurhistoricus Michel Didier studeerde in 1987 af met een doctoraalscriptie over schilderkunst, muziek en poëzie. Sindsdien publiceerde hij honderden artikelen en diverse boeken over kunst, film, muziek en fotografie. Vorig jaar verscheen zijn Cultuuratlas van Amsterdam: Oud-Zuid, dit jaar volgt De Pijp en volgend jaar De Jordaan.
Beeld: Katinka van Rood en Paul Grégoire
--
De Arti Shuffle is een publiek toegankelijk programma in kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae waarin beeldende kunst, performances, muziek, literatuur en film samenkomen.
In samenwerking met Arti-leden en externe makers ontstaat telkens een verrassend en veelzijdig programma dat nieuwe verbindingen legt, een breed publiek aantrekt en de sociëteit nieuwe energie geeft.